Na de kraamtijd

Na de kraamtijd

Na de kraamweek gaat de kraamverzorgende weg en komt de verloskundige niet meer op huisbezoek. De jeugdverpleegdkundige en de huisarts nemen nu de zorg weer over. Zo’n 6 weken na de bevalling kun je op nacontrole komen bij de verloskundige of gynaecoloog.

Werken en borstvoeding
Als je borstvoeding wilt geven en je bent weer aan het werk dan heb je, tot je kindje negen maanden is, het recht om op je werk te kolven of borstvoeding te geven.
Gedurende de eerste 9 levensmaanden van je kind geldt dat je zo vaak en zo lang als nodig mag borstvoeden of kolven. Met een maximum van een kwart van je werkdag of –dienst, en in overleg met je werkgever. Tijdens deze onderbrekingen word je gewoon doorbetaald. Het is belangrijk om te weten of je in deze periode met gevaarlijke stoffen werkt, want die kunnen via de moedermelk bij je kindje terechtkomen.

Vruchtbaarheid en anticonceptie
Ongeveer 6 weken na de bevalling kun je weer gemeenschap hebben omdat je baarmoeder dan weer hersteld is en het bloedverlies is gestopt. Je kunt vanaf nu weer voor het eerst menstrueren en ben je dus weer vruchtbaar. Als je niet het risico wilt lopen direct weer zwanger te worden bedenk dan hoe je dit wilt voorkomen.

Vruchtbaar zonder dat je het weet
De eerste menstruatie kan vanaf 6 weken weer op gang komen. Het kan ook maanden wegblijven, dit is vaak zo als je borstvoeding geeft. Ongeveer 2 weken voordat je ongesteld wordt, vindt de eisprong plaats. Daardoor kun je al vruchtbaar zijn zonder dat je het weet. Vier weken na de bevalling kun je dus alweer zwanger worden.
Het is dus aan te raden om al vrij snel na de bevalling over anticonceptie na te denken. Het geven van volledige borstvoeding (inclusief de nachtvoeding) kan de kans op een nieuwe zwangerschap aanzienlijk verkleinen maar niet uitsluiten.

Bij wie kun je terecht?
In de zwangerschap of het kraambed geeft je verloskundige informatie over verschillende anticonceptiemethoden. Tijdens de nacontrole en zes weken na de bevalling komt dit onderwerp weer ter sprake. Wil je meer weten over de verschillende voorbehoedsmiddelen, vraag dan om advies aan je verloskundige, huisarts of gynaecoloog.

Of kijk op de volgende websites anticonceptie |  welk anticonceptiemiddel bij jou past.